De wolf

Zijn leven, zijn geschiedenis

Vanaf de dageraad van de tijd horen mens en wolf bij elkaar. De wolf wordt gevreesd en ook bewonderd. Het is een intelligent dier, samenlevend in een groep, waarvan men zegt dat hij alles hoort maar nauwelijks gezien wordt. Hij is een roofdier en mensen hebben altijd aangenomen dat hij bijzonder gevaarlijk is. De wolf is omgeven met een waas van geheimzinnigheid en angst, maar deze geheimzinnigheid begint langzaam te verdwijnen.

Wolven hebben traditioneel een slechte reputatie, die maar zeer ten dele op waarheid berust. Natuurlijk kunnen wolven, net als andere roofdieren, gevaarlijk zijn, vooral als men er verkeerd mee omgaat. De vele gruwelverhalen over hun kwaadaardigheid -wie kent Roodkapje en De wolf en de zeven geitjes niet?- zijn echter onterecht.

In hoeveel toonaarden dit ook gezegd wordt, de natuurbescherming heeft overal de grootste moeite de soort ergens weer in ere te herstellen. Toch hebben wolven niet in alle verhalen een negatieve rol. De stad Rome werd bijvoorbeeld -volgens de legende- gesticht door Romules enRemus, twee kinderen die als wilden waren opgegroeid en door een wolvin gezoogd. Dat wolven zich wel eens over menselijke vondelingetjes kunnen ontfermen is inderdaad wel gedocumenteerd, zoals bijv. de Hessische wolfskinderen.(1341-1344). Sinds de uitvinding van de bioscoop is de wolf de hoofdrolspeler geworden in films; zoals in ‘Dans met de wolven’.

De wolf is altijd het voorbeeld geweest voor jagersvolkeren. De wolvin was een symbool van de vrouwelijkheid voor de Romeinen. Voor de christenen waren de wolven een incarnatie van de duivel. In de 20e eeuw is de houding tegenover wolven langzamerhand wat gewijzigd, omdat het besef is doorgedrongen dat deze prachtige dieren een onlosmakelijk deel van de weinige nog werkelijk wilde delen van deze wereld zijn.

De wolf veroorzaakt tegenwoordig meer nieuwsgierigheid dan angst en men beseft dat, daar waar hij nog voorkomt, dat een bewijs is voor de ongereptheid van de natuur.

Identiteit van de wolf

Behoort tot: de gewervelde dieren

Klasse: zoogdieren.

Orde: Carnivora

Familie: hondachtigen

Geslacht en soort: Canis lupus

Levensduur: ongeveer 16 jaar

Oorsprong

De wolf zou een miljoen jaar in Amerika ontstaan zijn. Dit zoogdier zou via Alaska naar Siberië zijn gekomen, waarschijnlijk door het lage niveau van de zee. Vervolgens breidde hij zich uit tot in het noorden van Eurazië.

Hij behoort tot de familie van de hondachtigen, een groep van achtendertig soorten zoogdieren zoals de hond, de jakhals, de coyote, de vos. In 1758 benoemde Linneus, de Zweedse natuurwetenschapper, hem als Canis lupus.

Soorten

Er worden twee hoofdsoorten erkend: de grijze wolf: 

en de roodharige wolf of Canis rufus:(in Texas en Z.O. van Amerika):

De wolf (Canis lupus) is naar alle waarschijnlijkheid de voorouder van de hond. (Canis lupus familiaris). In ieder geval kunnen ze samen vruchtbare nakomelingen voortbrengen, zodat de hond en de wolf, althans volgens bepaalde definities, tot dezelfde soort kunnen worden gerekend.

De verwantschap tussen de wolf en de door de mens getemde hond is lang een zaak van discussie geweest. Sommigen zagen eerder een andere soort van het geslacht Canis, nl. de Gouden Jakhals(Canis aureus) als de waarschijnlijke voorouder maar DNA-onderzoek wijst nu toch sterk in de richting van de wolf – het verschil in de basenvolgorde van het mitochondriaal DNA van hond en wolf is slechts 0.2%, wat veel kleiner is dan het verschil met enige andere veronderstelde voorouder van de hond. Het ziet er naar uit dat het hele geslacht Canis een vrij recente oorsprong heeft aangezien de soorten ervan nog enige kans hebben zich bij kruising met succes voort te planten.

  • Canis lupus albus – Witte wolf
  • Canis lupus alces – Kenai schiereiland wolf
  • Canis lupus arabis – Arabische wolf
  • Canis lupus arctos – Poolwolf
  • Canis lupus baileyi – Mexicaanse wolf
  • Canis lupus beothucus – Newfoundland wolf
  • Canis lupus bernardi – Bernard’s wolf
  • Canis lupus campestris – Steppewolf
  • Canis lupus chanco – Mongoolse wolf
  • Canis lupus columbianus – British Columbiawolf
  • Canis lupus crassodon – Vancouver Islandwolf
  • Canis lupus cubanensis – Kaspische wolf
  • Canis lupus deitanus – Spaanse wolf
  • Canis lupus dingoDingo
  • Canis lupus desertorum – Aziatische woestijnwolf
  • Canis lupus familiarisHond
  • Canis lupus fuscus – Cascade Mountains wolf
  • Canis lupus griseoalbus – Grijs-witte wolf
  • Canis lupus hattai – Ezowolf
  • Canis lupus hudsonicus – Hudson Bay wolf
  • Canis lupus hodophilax – Japanse wolf
  • Canis lupus irremotus – Noordelijke Rocky Mountains wolf
  • Canis lupus labradorius – Labradorwolf
  • Canis lupus ligoni – Alexander Archipelago wolf
  • Canis lupus lupus – Europese wolf
  • Canis lupus lycaon – Amerikaanse wolf (ook Timber wolf)
  • Canis lupus mackenzii – Mackenzie toendrawolf
  • Canis lupus manningi – Baffin Island toendrawolf
  • Canis lupus minor – Rietwolf
  • Canis lupus mogollonensis – Mogollon Mountain wolf
  • Canis lupus monstrabilis – Texas wolf
  • Canis lupus nubilus – Prairiewolf
  • Canis lupus occidentalis – Mackenzie Valley wolf
  • Canis lupus orion – Greenland wolf
  • Canis lupus pallipes – Indische wolf
  • Canis lupus pambasileus – Alaskawolf
  • Canis lupus signatus – Iberische wolf
  • Canis lupus tundrarum – Toendrawolf
  • Canis lupus youngi – zuidelijke Rocky Mountains wolf

Hoe onderscheiden we een wolf van een hond?

Hoewel hun oorsprong erg dicht naast elkaar ligt, onderscheiden de wolf en de hond zich van elkaar. En vooral door de volgende kenmerken:

  • schuine geplaatste ogen
  • een enigszins hol profiel
  • een meer afgeronde snuit  (te wijten aan zijn kauwspieren die  zeer goed zijn ontwikkeld.)

 

Een wolf slobbert, net als een hond als hij drinkt.

Benamingen van de wolf of wolvin in opeenvolgende periodes van zijn leven

In het Frans kent men verschillende namen

Louveau, welpen:                              0 tot  6 maanden

Louvard, iets oudere welp:               6 tot 12 maanden

Jeune loup, jonge wolf:                     1-2 jaar

Loup, wolf                                             2-4 jaar

Grand loup: grote wolf                       4-5 jaar

Vieux loup, oude wolf:                       5-8 jaar

Grand vieux loup, grote oude wolf:  daarboven

  

Gedragingen van de wolf.

De roedel

Wolven zijn zeer sociale dieren, die in troepen van 8 tot 20 dieren leven. De hiërarchie tussen de verschillende wolven in een troep is duidelijk gedefinieerd: één dier is de baas en de anderen moeten hem gehoorzamen!

binnen de roedel. Het kan voorkomen dat een wolf alleen leeft, uitgestoten door de roedel, ziek of verdreven door het alfapaar De plaats van omega wolf biedt meer veiligheid, en garandeert voedsel en bescherming, dan de positie van zo’n eenzame wolf.

Het territorium.

Elke roedel woont op een territorium dat groot genoeg is om in zijn voedselreserves te voorzien. (Er is 80 km2 per wolf nodig). Dit gebied wordt afgebakend door geurvlaggen die het paar hier en daar achterlaat dank zij een klier gelegen onder de staart.

Soms accepteert een roedel dat er onbekende wolven op zijn gronden voorbij komen. Maar meestal vermijden deze elke confrontatie door buiten het grondgebied te blijven.

De voortplanting

Het mannetje is seksueel rijp vanaf 3 jaar, het wijfje vanaf 2 jaar. Wolven kennen een blijvende paarbinding. De periode van de liefde is verspreid van het eind van de winter tot aan de herfst. Enkel het alfapaar plant zich elk jaar voort. Het dominerende wijfje dat loops is, opent deze periode door op speelse wijze het mannetje uit te dagen. Zoals bij de hond, kan de paring tientallen minuten duren.

De dominerende wolvin verhindert de andere wijfjes om kleintjes te krijgen zodat het aantal dieren aangepast blijft aan de hoeveelheid beschikbare prooien. Wanneer er een overvloed aan voedsel is, kunnen sommige vrouwtjes zich ook voortplanten. Op deze manier beïnvloeden de wolven de grootte van de groep. Een vergelijkbaar stelsel kan ook worden aangetroffen bij andere in groepen jagende dieren zoals de dhole (Cuon alpinus) uit India en de Afrikaanse Wilde hond(Lycaon pictus).

Aan het einde van bronstijd helpen de andere wijfjes om het hol voor te bereiden.


Het hol.

Drie weken voor de geboorte begint de moeder fanatiek te graven: ze bouwt speciaal een hol onder de grond. Meestal kiest ze een locatie waar ze meteen een stevig dak heeft. Dit kan een boomwortel zijn, een stronk of gewoon een grote steen. Eerst graaft ze een toegangstunnel van een meter. Deze wordt gaandeweg smaller, is zo’n drie meter lang en leidt tot het eigenlijke nest, waar ze dan haar jongen zal baren.
Een wolvin moet trouwens veel drinken wanneer haar jongen zogen. Daarom is een wolvennest meestal niet zo ver van een rivier verwijderd.

De jonge wolven.

De welpen worden in het voorjaar geboren. Na een draagtijd van zo’n 63 dagen werpt de wolvin vier tot zeven jongen, die dan nog blind en kaal zijn. Het sterftecijfer is zeer hoog. (60 %) Weinigen zullen de leeftijd van 1 jaar bereiken. Bij de geboorte wegen de welpen ongeveer 450 gram, hun ogen openen zich na twaalf dagen. Na het spenen (6 tot 8 weken) worden zij door hun moeder van het nest naar een grotere plaats gebracht.

Wanneer ze drie weken oud zijn, verlaten ze al voor de eerste maal het nest. Andere wolven drommen snel om hen heen zodat ze kennis kunnen maken: ze zijn dan heel vriendelijk, soms zelfs te, waardoor beide ouders een extra oogje in het zeil moeten houden.
Naarmate de welpen groeien, komen verschillende wolven hen bevoorraden met voedsel. Anderen zorgen dan weer dat ze zindelijk blijven en weer andere wolven spelen met ze.
Vervolgens leren ze de gebaren van hun groep door middel van spel. De communicatie, die twee derde van het spelen in beslag neemt, bestaat uit gebaren en geluiden die tussen de groten en kleinen worden uitgewisseld. Zij zullen zeer snel de verschillende posities van de wolven in de hiërarchie van de roedel doorhebben, en vervolgens hun eigen plaats innemen. Na vijf maanden mogen ze met de oudere wolven mee.

De wolf is een van de intelligentste zoogdieren. Hij bezit een uitgebreide lijst van signalen die zorgen voor een zeer rijke communicatie. De sociale structuur van de roedel wordt strikt vastgelegd en georganiseerd.

Men zegt van de wolf dat hij een kletskous is, omdat hij huilt, gromt, keft, kermt of blaft al naar gelang de omstandigheden. En dat begint al met de geluiden die een jonge wolf maakt, ongeveer vanaf 32 dagen na zijn geboorte.

Een wolf huilt om de roedel bijeen te brengen, om de anderen van zijn aanwezigheid op de hoogte te brengen, maar ook zomaar, voor zijn plezier. Wolven huilen niet allemaal hetzelfde, iedere wolf bezit een eigen stemgeluid. (frequentie tussen 300 en 700 Hz). Het krachtige gehuil is te horen op meer dan 10 Km afstand, afhankelijk van de weersomstandigheden.


De wolf is een lenige en sterke hardloper. Zijn normale snelheid is ongeveer 9 Km/u,,45 Km/u als hij rent (een snelheid die hij op zeer grote afstanden kan volhouden), met uitschieters van 65 Km/u.

Binnen de roedel bestaat een zeer goede verstandhouding door de kwaliteit van de communicatie tussen zijn leden (in houdingen en klanken).

 

                                      Gedrag van een wolf lager in rang tegenover een dominante wolf:

 

Men plaatst de wolf bovenaan de voedselpiramide: de wolf eet de vos, de vos eet het konijn, die eet het gras etc.. Het is een groot roofdier, evenals de beer, of de lynx. De wolf is altijd alert, hij is voortdurend op zijn hoede voor gevaren of de gelegenheid om te eten. Hij besteedt bijna 10 uur per dag aan de jacht, zoekend naar voedsel voor de behoeftes van de roedel.

Een natuurlijk evenwicht.

De wolf doodt niet voor het plezier, maar alleen maar om te overleven. Hij valt prooien van verschillende omvang aan, maar de regels zijn altijd hetzelfde: het ontdekken van verzwakte of zieke dieren die voor hem een makkelijke prooi zijn. Zonder het te weten, dient hij hierbij het belang van de soorten waarop hij jaagt door de zwaksten uit te schakelen. De Inuits noemden hem daarom “de dokter van de kariboes” (bijnaam van de rendieren van Canada).

Het voedsel van de wolf

Wolven zijn vleeseters en jagen in groepen. Op het menu staan: muizen, konijnen, bevers maar ook herten, reeën, rendieren en elanden en zelfs wilde paarden. Wat ze niet opkrijgen, begraven ze voor later onder aarde of sneeuw. Ze kunnen per dag meer dan 10 kg vlees verslinden, maar soms eten ze ook dagenlang niets. Hij voedt zich, in geval van schaarste, met wilde bessen, insecten, vis, enz.

De jacht
De jacht staat centraal in het wolvenbestaan. Wolven hebben goed ontwikkelde zintuigen: hun scherpe gehoor, uitstekende reukvermogen en allesziende ogen komen hen goed van pas bij de jacht. Bovendien zijn ze van geen kleintje vervaard en kunnen ze sprongen van meer dan 4,5 m maken! Tijdens de zomer jagen de wolven ieder voor zich op kleine dieren. In de winter echter moeten zij hun krachten bundelen en in teamverband gaan jagen op de kleine prooidieren, die zich ondergronds schuilhouden. Tijdens de jacht zal een troep wolven worden aangevoerd door de leider, de meest dominante wolf. Hij maakt zijn rang duidelijk door zijn staart hoger te houden dan de andere. En zo vatten ze de jacht aan, op zoek naar een prooi. Een zware jacht kan zich over 35km uitstrekken.

Wolven hebben een enorm goede reukzin, en kunnen hun prooi al van op 3 km afstand ruiken, als ze tegen de wind in lopen. Dit levert merkwaardige taferelen op: wanneer ze hun prooi ruiken, dan stoppen alle wolven, draaien hun kop in de richting van de geur, kijken voor zich uit en spitsen hun oren. Dan volgt een typisch wolven-ritueel, vergelijkbaar met rugbyspelers. Ze dringen zich op elkaar, neus tegen neus, met een opgewonden, kwispelende staart. Ze wachten enkele seconden, om dan de opmars te maken richting prooi. Niets gebeurt echter overhaast: men probeert zo dicht mogelijk bij de prooi te komen. Men schiet pas in actie als de ‘maaltijd’ probeert te vluchten.

Het dominerende paar nadert stilletjes de troep wilde dieren (herten, rendieren, everzwijnen, of kuddes zoals schapen of geiten.)

Het uitgekozen wild (het jongste dier, of meer verzwakte dieren, of dieren op leeftijd) wordt vervolgens geïsoleerd en achtervolgd door de leden van de roedel die het dier vervolgens zullen afmaken met hun machtige tanden (een kracht van 150 kg/cm2 tegen 60 kg/cm2 pc hond).

Hoewel de wolf goed uitgerust is om hard te lopen (hij kan pieken bereiken van 65 km/h), eindigen veel aanvallen vaak in een mislukking. De aanvallen brengen ook het risico met zich mee dat er wolven gewond raken. Het dominerende mannetje verdeelt de prooi opdat alle leden van de roedel zich kunnen voeden, maar altijd volgens de regels van de hiërarchie (het is de alfa wolf die elk zijn rantsoen voedsel toestaat).

Enkele spreekwoorden.

Als je over de wolf spreekt trap je op zijn staart

Wanneer men aan de wolf vraagt waarom hij een kudde volgt, antwoordt hij dat het stof zijn zieke ogen verzorgt

(Arabisch spreekwoord).

Wanneer een wolf het gebed aan de ganzen onderwijst, vreet hij ze op als beloning. (Duits spreekwoord).

De wolf heeft genade getoond met de merrie, hij heeft de staart en de manen achtergelaten

(Russisch spreekwoord).

Een wolf verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken.

Een wolf in schaapskleren

Meehuilen met de wolven in het bos

De wolf in de schaapskooi sluiten.

Honger hebben als een wolf

De mens en de wolf.

Geen enkele wolf, tenzij hij hondsdol is, valt een mens aan. Anders zou de wolf vandaag totaal uitgestorven zijn. De wolf vreest eerder voor de aanwezigheid van de mens en zal de vlucht nemen zodra hij zijn aanwezigheid bespeurt. Zijn aanpassingsvermogen stelt hem in staat zijn sociale systeem aan te passen wanneer de mens zijn leefmilieu aantast of hem uitroeit.

Karel de Grote had een wolvencrèche opgericht om de vernietiging van de wolven te stimuleren.

In Frankrijk, van 1882 heeft 1905, zijn 9496 wolven uitgeschakeld. Zij hadden een korte adempauze tijdens de oorlogen van 1870 en 191 4. Maar in 1937 waren de wolven uit Frankrijk verdwenen.

In Engeland waren zij sinds 1486 verdwenen, in Schotland vanaf 1743, in Ierland vanaf 1776.

De wolf is sinds 1992 teruggekeerd in Frankrijk. Maar al wordt de wolf verantwoordelijk gehouden voor slachtpartijen onder kuddes, hij is niet enige die daarvoor aansprakelijk is. Op 10 miljoen schapen die in vijf jaar worden gedood, worden er 2.500 door de wolf gedood, 300.000 door loslopende honden en 7.000 door andere ongevallen. Bijvoorbeeld de bliksem en de valpartijen die de dood van talrijke schapen kunnen veroorzaken.

De wolvenleider.

Dit is een soort stroper die rondtrekt met wolven die hij vanaf hun geboorte heeft opgevoed. Hij leidde de roedel door de klanken van zijn muziekinstrument, meestal een fluit van hout.

 

 

 

De weerwolf

Dit betreft een mens die is betoverd, waardoor hij in bomen klimt, en zich overlevert aan buitenissigheden door als een dier te brullen. Enkel een tovenaar kan hem onttoveren, door de vloek op een andere persoon over te dragen.

Verdedigings onderwerpen

De herders van vroeger zeiden gebeden op en maakten voorwerpen om zich te beschermen tegen de wolf. Zij gebruikten een ‘rhombe’ (plankje van hout dat een geronk produceert, als men het rond liet draaien), de wolvenlantaarn,  de wolvendakpan (die hen op de hoogte stelde wanneer men wolven kon verwachten als de koude wind van het noorden het liet fluiten), de wolvenvork, de ketting tegen wolven (de honden droegen die om te vermijden dat ze door het roofdier werden gekeeld) of een ketting van teentjes knoflook, vastgemaakt aan de hals van de geiten om de wolf te verdrijven.

Gebed van de Bretonse herder

Dit gebed moest op 24 juni (dag van de zonnewende) worden opgezegd, bij zonopgang, bij een kruising (plaats van hekserij).

* Heilige heer Yann, wij verzoeken u om medelijden met ons herders te hebben die dag en nacht bedreigd worden door de verscheurende wolf.”

 

De Breton zei ook het volgende gebed op:

“Namens de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest, wolven en wolvinnen, ik smeek en bezweer u, ik verzoek u in de naam van de zeer heilige maagd Maria die zwanger was, dat u mijn beesten met rust laat, zowel de lammeren, als de geiten, en ook de schapen, en dat u geen van hen enig kwaad doet.”

Bescherming van de wolf.

Het ras Canis lupus komt voor in conventie van Bern (bijlage II). Deze afspraken zijn bekrachtigd door het Franse parlement en worden vanaf 22 juli 1993 toegepast.

Het verbiedt de vangst, de gevangenschap, de verhandeling en transport van de wolf. Zijn vernietiging is echter toegestaan door artikel 9: het ministerie van het Milieu staat toe dat als hij schadelijk is voor zijn ras, er geen andere oplossing is dan uitroeiing, maar wel op selectieve wijze.

De grootste vijand van de wolf is de mens. Eeuwenlang werden wolven gevangen, gedood of vergiftigd omdat de mens bang was dat wolven hen zouden aanvallen of hun vee zouden doden. De wolf is nu een beschermde soort in de Europese Unie. Toch blijven mensen wolven doden, vaak uit angst: ze beschuldigen de dieren ervan (soms ook onterecht) het vee aan te vallen. In andere landen, Noorwegen bijvoorbeeld, is jagen op wolven niet verboden.

Een andere belangrijke bedreiging voor de wolf is dat zijn leefgebied alsmaar kleiner wordt. De grote oppervlakten van weleer raakten versnipperd en ook de wolvenpopulaties raakten in kleinere groepen verdeeld.

Wat doet het WWF?
WWF en zijn partners in 17 Europese landen hebben het “Initiatief voor grote roofdieren in Europa” opgericht. Dit wil niet alleen de wolf beter beschermen maar ook de Euraziatische lynx, de Iberische lynx, de beer en de veelvraat. Wetten veranderen en vergoedingen toekennen aan veetelers wiens kudden aangevallen werden, volstaat niet. Ook de mentaliteit moet veranderen: mensen moeten aanvaarden dat de wolf weer een deel van zijn omgeving wordt. Dat gebeurt door acties en voorlichtingsprojecten.

Om de wolven te beschermen, moeten we ook de veestapel beschermen. Al drie jaar leidt WWF-Frankrijk – i.s.m. een andere organisatie – vrijwilligers op die, vergezeld van een herdershond, de herders helpen de kudden in de Alpen en de Pyreneeën te bewaken.

Sancties

“Iedere persoon die opzettelijk een wolf heeft gedood, gaat voor zes maanden de gevangenis in en krijgt een hoge boete opgelegd.” (Artikel L215-1). Toch worden er, ongeoorloofd, wolven in gevangenschap gehouden in Frankrijk door particulieren. Als ze ouder worden zijn ze vaak moeilijk in de hand te houden, en soms zetten mensen hen uit in het wild, wat natuurlijk verboden is.

Schadevergoeding

Al vanaf de terugkeer van de wolf, voorziet het Park van Mercantour in een systeem van schadevergoeding. Momenteel verstrekt het ministerie de het Milieu schadevergoeding aan veetelers die aanvallen van wolven te verduren hebben. Frankrijk telde een twintigtal rassen van honden die de kuddes beschermden tegen aanvallen van roofdieren. De verdwijning van de wolf heeft eveneens het gebruik van deze honden afgeschaft.

Door de terugkeer van de wolf komt de Patou (hond uit de Pyreneeën die niet bang is voor grote roofdieren zoals de wolf) weer terug. Dank zij deze honden zijn aanvallen op de kuddes bijna onmogelijk. 

 

 

Mythen en bijgeloof

De wolf heeft altijd angst en respect opgeroepen. Hij vertegenwoordigde het kwade of het goede, naar gelang de landen, tijden en het geloof.

De angst voor de wolf.

Het christendom associeerde de wolf met de duivel, de wrekende hand van God die de bevolking strafte voor hun gebrek aan geloof. Aan de andere kant identificeerden de volken die van de jacht leefden zich met de wolf, en werden ze geïnspireerd door zijn familieleven en zijn jachttechnieken.

Geloof

Kaїla, de god van de hemel bij de Eskimo’s, zond de mensen de kariboe als jachtbuit. Vervolgens zond hij de geest van de wolf, Amarok, om er voor te zorgen dat het aantal dieren in evenwicht bleef.

Turken en Mongoliërs geven de wolf een hemels karakter en vereren de Blauwe wolf die de voorvader van Djengiz Khan zou zijn geweest. Bij de Iroquoizen is hij de poortwachter voor de zielen van de gestorvenen.

Hij werd ook gezien als vruchtbaarheidssymbool bij de oude Grieken en Romeinen, de vrouwen die geen kinderen konden krijgen riepen hem aan in Anatolie en bij de Iakoutes zou hij de viriliteit stimuleren.

In China en Egypte vertegenwoordigde hij het licht. In de Germaanse mythologie werd hij bereden door Hurrokin en hij zou ook de zonnewagen van Zeus getrokken hebben. In Frankrijk zou hij de zon verzwolgen hebben.

In Frankrijk bestaat een uitdrukking ‘verzwolgen worden door de wolf’. Maar dit betekent niet dat men is opgegeten, het duidde op een inwijding waar men gelouterd uit te voorschijn kwam.

Als je de naam van de wolf hardop uitsprak, zou hij verschijnen. Daarom noemde men hem in Frankrijk in de Languedoc; Jean,  Guillaume in Bretagne, in de Provence Gabriel, of ‘blote voeten’ en ‘grijze poten’ in het noorden.

Het beest van Gevaudan (1764-1767)

Tussen 1764-1767 heeft een enorm beest de bevolking van Gevaudan geterroriseerd. Het dier zou zo’n honderd moorden hebben gepleegd, vooral vrouwen en kinderen, die hij verscheurde en zelfs onthoofdde.

Op 19 juni 1767 is er een grote wolf gedood, waarvan men dacht die hij de bloedige moorden zou hebben gepleegd. Maar een wolf onthoofdt nooit zijn prooi, en kan nooit de dader van deze moorden zijn geweest.

Uitdrukkingen en gezegden.

‘De wolf hebben gezien’ wordt gezegd over een jongen die volwassen is geworden, maar bij een meisje duidt het erop dat zij niet langer maagd zou kunnen zijn.

Het zwart fluwelen masker dat bij het het carnaval gedragen werd komt overeen met het spel van zien, voordat je zelf gezien werd.

In Europa bande men het gevaar uit door het spelen op een vedel, een viool of een doedelzak. Aangezien men geloofde in de verhalen van de boze wolf en het onschuldige lammetje, gebruikte men de huid van het lam voor de doedelzak en zijn darmen voor de touwen van de viool en de vedel om de wolf af te schrikken.

Geneesmiddelen.

De wolf werd ook gebruikt als geneesmiddel: zijn rechteroog zorgde voor verlaging van hoge koorts. Er werd een drankje gebrouwen van zijn geslacht en het haar van zijn ogen. Als een vrouw hiervan dronk, zonder dat ze het wist, zou ze haar man trouw blijven!

Zijn uitwerpselen hielpen, vermengd met honing, tegen ontstoken ogen, zijn hoektanden hielpen kinderen die tanden kregen; zijn hart zou helpen tegen epilepsie of gaf moed; zijn darmen werden gedroogd en zouden helpen tegen winderige koliek, zijn fijngestampte lever hielp tegen waterzucht en de tering; zijn vlees, gekookt in olie verlichtte de jicht; een kousenband die van zijn leer werd gesneden, liet sneller lopen; zijn hoofd, gehangen aan de deuren van de huizen, diende tot bescherming van alle betoveringen en vergiftigingen; zijn huid beschermde tegen luizen, wandluizen en ander ongedierte (deze insecten vluchtten voor de wolf!); poeder van zijn hoofd genas kiespijn.

De weerwolf

Ook was er de mythe van de weerwolf, een menselijk wezen die in een wolf veranderde, onder invloed van hekserij. De activiteiten van de weerwolf kwamen voor bij volle maan.

Het wolvenkind. (een kind gevoed door een wolvin)

Deze verhalen komen uit Indië. Maar ook bij de Eskimo’s werden soms hun baby’s aan wolvinnen toevertrouwd.

Er is het bekende verhaal van Remus en Romulus, die werden verlaten door hun moeder. Gelukkig werden de jongetjes door een wolvin opgevangen. Bij de Romeinen was de wolf aan de krijgsgod Mars toegewijd. Romulus zou later zijn broer doden en Rome stichten.

Fenrir was de zoon van de Scandinavische godheid Loki. Hij was jaloers op de andere goden, de wolf had een hekel aan hen en hij liet de wereld verdwijnen onder een zondvloed. Daardoor ontstond een nieuwe wereld.

Nieuwe sprookjes?

Van de sprookjes blijft in elk geval een kleine groep nog hardnekkig voortbestaan, omdat de waarschuwende functie nog steeds niet aan impact heeft ingeboet. Het is de groep kindersprookjes: sprookjes vóór kinderen en òver kinderen. Met sprookjes als Roodkapje en de Wolf en de Zeven Geitjes waarschuwen we al eeuwen onze kinderen tegen de Marc Dutroux’s in onze samenleving. We stellen de kinderverkrachter en -moordenaar voor als een onmens, als beestachtig, kortom als een wild roofdier, waarvan we denken dat hij meedogenloos en bloeddorstig is: de wolf.

 

 

 

De wolf in Europa

Eens was de wolf een gewone verschijning in het gehele Noordelijke halfrond, maar door toedoen van de mens is hun leefgebied drastisch ingeperkt. Voor een deel is dat omdat het leefgebied door de mens voor andere doeleinden in gebruik is genomen, maar ook door de genadeloze vervolging van een door velen ‘schadelijk’ en gevaarlijk geachte diersoort. In Europa zijn er nog een aantal, bijvoorbeeld in de Apennijnen in Italië. De wolven hebben vooral in Spanje, Italië en in Oost-Europa overleeft. Elders bedraagt de populatie niet meer tientallen exemplaren. Ongeveer 100.000 wolven worden verspreid over het gehele Europese werelddeel aangetroffen. Rond het jaar 2000 heeft zich ook in Duitsland een roedel gevestigd. Ze leven op een legeroefenterrein in de deelstaat Saksen bij het drielandenpunt met Polen enTjechie. De wolven zijn vermoedelijk afkomstig uit Polen waar hun aantal weer toenam.

Wolven zijn vooral te vinden zijn in de toendra, steppe, open bebost terrein en in bossen. Ze zijn verspreid van Oost-Europa tot in India, Rusland, Canada, sommige streken in de VS en zelfs in Mexico. Ook zijn er enkele geïsoleerde populaties in Spanje en Italië.
Deze krachtige carnivoren verschillen sterk van vachtskleur: variërend van bijna wit (poolgebieden) tot geelachtig-bruin of zelfs zwart in de meer zuidelijke streken.

De wolf in Frankrijk

Zijn teruggang is begonnen aan het eind van de achttiende eeuw tot aan het begin van de twintigste eeuw. In 1800 was er op 96,5% van het Franse grondgebied nog wolven, in 1923 slechts 1%. Sinds 1992 is het meest legendarische roofdier terug in Frankrijk. Hij heroverde zijn gebied vanuit het zuiden, komende uit talie. Vandaag zijn er een dertigtal wolven in Frankrijk die in vier meutes in Mercantour leven. Er zijn ook wolven in de Savoie en in Isère waargenomen. Het ministerie van het Milieu vergoedt de veehouders van wie de kuddes zijn getroffen, en stelt gratis beschermingssystemen ter beschikking. (honden, hekken, enz.) De Europese subsidies vullen de schadevergoedingen aan door de veehouders te helpen koelcellen aan te schaffen om er de beesten in op te slaan die zij niet direct kunnen verkopen. Op deze manier stimuleert men de veehouderij om met de grote roofdieren samen te leven.