Het Rijk van de Wolf

Het Rijk van de Wolf

In dit razend spannende boek beleeft de hoofdfiguur, Lance, allerlei avonturen in een vreemd, middeleeuws land. Hij is daar op een bijzondere manier terechtgekomen. Als hij een meisje probeert te redden dat op de snelweg loopt, wordt hij zelf aangereden.
In werkelijkheid ligt hij in coma, maar in het land beleeft hij allerlei avonturen. Hij vecht met soldaten, probeert zijn nieuwe vrienden te helpen, maar één ding lukt hem niet: Mira, het kleine meisje, dat bij hem zit als hij ontwaakt in het bos, naar huis te brengen. Hij krijgt drie kansen, en herbeleeft zijn avonturen keer op keer. Hij leert vechten met de degen, hij wordt verliefd op een mooi meisje, maar verraden door haar verloofde. Keer op keer vergeet Lance, door alles wat hij meemaakt, Mira naar huis te brengen.

Pas als hij voldoende heeft geleerd en het hem is gelukt om document weg te brengen, dat is bevlekt met het bloed van zijn beste vriend, kan hij zijn avontuur tot een goed einde brengen. Slaagt Lance er in om Mira naar huis te brengen? Komt hij bij uit zijn coma? Zal hij zijn vader ooit nog terugzien? En wat gebeurt er met zijn moeder? Alle antwoorden vind je in dit boek.

Verkrijgbaar in de bibliotheek als C boek.

Het thema is de opdracht van Lance om Mira naar huis te brengen. Maar door Mira thuis te brengen, probeert Lance tegelijkertijd ook zijn moeder te helpen.
Een ander thema is dat zelfs toevallige keuzes van invloed zijn op alles wat men beleeft, en dat je mening bepaald wordt door je eigen situatie.

Motieven: vriendschap, oude gebruiken en erecode’s, verliefdheid
Avonturenboek

Productbeschrijving

Auteur: Marian van der Heiden
Taal: Nederlands
Afmetingen: 22 x 215 x 141 mm
Gewicht: 333 gram
Geschikt voor: 9 t/m 12 jaar
Druk: 1e
ISBN10: 902166867X
ISBN13: 9789021668673

nieuwsbrief 1

Nu ik met het boek ‘Het rijk van de wolf’’ bezig ben,  gebeuren er hier rare dingen. Vannacht werd ik wakker en ik meende in de verte het gehuil van een wolf te horen. Of was het de wind die door de hoge bomen speelde?

Vanmorgen ben ik direct naar buiten gegaan, er hing een dunne sluier van mist in het dal waar de sneeuwbergen bovenuit staken. Mijn hond verschool zich achter me, toen ik het pad omhoog liep naar de oude bron. En daar, in de zachte aarde, zag ik duidelijk een pootafdruk.

Het leek op de achterpoot van een hond, maar deze afdruk was groter. Terwijl ik er naar staarde, hief mijn hond zijn kop op en huilde als een wolf. Maar hoe goed ik ook luisterde, er kwam geen antwoord.

Ik keerde terug naar mijn huis en zag dat de deur, die ik achter me gesloten had, wijd openstond. Voorzichtig ging ik mijn huis binnen, mijn hart bonsde toen ik de kamer binnenging.

Maar er was niets te zien, alleen had de wind de stapel papieren van mijn manuscript op de grond geblazen. Ik heb ze opgeraapt en weer geordend, alleen kan ik een vel niet meer vinden.

Het  is de eerste pagina die is verdwenen. Gelukkig ken ik de tekst uit mijn hoofd:

‘Tussen de bommen hing mist. Slierten kronkelden traag omhoog, het was alsof de grond werd verhit door een onzichtbaar vuur dat de aarde deed dampen. De wolf kwam uit de nevel tussen de dikke stammen tevoorschijn, het leek net of hij uit het niets op doemde. Even bleef hij staan, hij snuffelde aan de grond om een spoor op te pikken dat alleen hij kende. Toen hief hij zijn kop. Het onzichtbare vuur werd in zijn ogen weerspiegeld terwijl hij de nog slapende wereld in zich opnam. Hij schudde zich, kwijl spatte uit zijn bek. Hoger en hoger strekte hij zich, hij sperde zijn bek wijd open en uit zijn keel kwam een laag gegrom, dat in toonhoogte opklom, tot de hele omgeving wakker schrok van het angstaanjagende gehuil…’

Ik heb de eerste bladzijde zo goed mogelijk herschreven. Maar ik begrijp nog steeds niet wat er gebeurd is.

Marian van der Heiden

nieuwsbrief 2

Vandaag had ik een vriend aan de telefoon, ik vertelde hem over de pootafdruk, die ik had gezien. Hij lachte spottend. ‘Een wolf, vlak bij het huis? Daar geloof ik niets van!’

Ik zei hem dat ik opnieuw naar boven zou lopen. ‘Ik zal het je bewijzen, wacht maar!’ Boos pakte ik mijn rugzak en floot mijn hond. Maar hij was nergens te bekennen. Misschien was hij bij de boerderij, daar woont een vrouwtjeshond waar hij dol op is. Ik vond het niet prettig om alleen te moeten gaan, maar ik had geen zin om hem te gaan zoeken.

Bij de bron was de grond opgedroogd, na de regen van de afgelopen dagen was de zon weer tevoorschijn gekomen. Ik speurde de grond af en zag de pootafdruk.

Mijn hart sloeg een slag over. Het was dus toch waar, ik had me niets ingebeeld! Ik hurkte neer en onderzocht de afdruk zorgvuldig. Nee, dit kon echt geen hond zijn geweest en dat zou ik bewijzen ook. Ik haalde een kommetje uit mijn rugzak en een zakje gips. Ook had ik een flesje water meegenomen en een oude lepel. Ik mengde het gips door het water, tot het op een zacht papje leek, en goot het voorzichtig in de afdruk.

Terwijl ik wachtte tot het gips hard werd, ging ik op een steen zitten naast de bron. Achter mij ritselden de struiken. Ik besteedde er geen aandacht aan, tot er plotseling een tak luid knapte.

Ik sprong op. De haartjes op mijn armen stonden recht overeind. Er was daar iemand! Bijna trapte ik op het zachte gips, in mijn haast om weg te komen. Maar zo makkelijk zou ik me niet laten wegjagen! Ik draaide me om en riep luid: ‘Is daar iemand?’ Weer kraakte het hout, toen was alles weer stil. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en duwde de takken opzij.

Achter de struiken waren de afgebrokkelde muren van een oude schuur te zien. Even stond ik besluiteloos, toen worstelde ik me door het struikgewas en liep naar de ruïne. De deur was al lang geleden weggehaald, alleen de oude deurpost stond nog overeind. Ik bukte me en keek naar binnen. De ruimte was schemerig, de schuur had geen dak meer. Bramenranken en klimop hadden een groene koepel geweven. De ruimte was leeg, maar er lag wel wat op de grond. Het was een verkreukeld stuk papier. Ik raapte het op en streek het glad.

De letters sprongen me bijna tegemoet. ‘De wolf kwam uit de nevel tussen de dikke boomstammen tevoorschijn.’… Maar dat was mijn tekst! Dit was de eerste pagina van mijn nieuwe boek, de bladzijde die op zo’n raadselachtige wijze uit mijn huis was verdwenen!

Verbijsterd vouwde ik het papier op en keek om me heen. De plek was verlaten, alleen de vogels rumoerden in de bomen. Er ritselde iets in het gras, misschien een slang die ik had opgeschrokken. Verder zag ik geen enkel teken van leven. Hoe kon deze bladzijde hier terecht zijn gekomen?

Had er echt iemand achter me gestaan, had er iemand naar me gekeken terwijl ik een gipsafdruk maakte? Opnieuw onderzocht ik de plek, ik zocht naar voetafdrukken maar ik kon niets vinden. Ik liep om de struiken heen en kwam weer bij de open plek voor de bron. Daar stopte ik de teruggevonden bladzijde in mijn rugzak.

Het gips was ondertussen hard geworden. Met de hulp van de lepel wipte ik het kleine kluitje gips omhoog. De pootafdruk was perfect gelukt, ik zag de vijf klauwen met de grote nagels aan de uiteinden. Ik wikkelde de gipsafdruk in een zakdoek en ging toen haastig terug naar huis, met nog meer vragen in mijn hoofd dan daarvoor.

Wat gebeurde er allemaal, rond mijn kleine huis diep in de bossen, waar ik altijd zo rustig gewoond?

recensies

foto´s groep van Lokin

foto´s van demoiselles, in het boek vormen zij de groep van Lokin.

foto´s van de omgeving

info over coma

Wat is coma?

Een goede definitie van coma bestaat eigenlijk niet. De term heeft betrekking op het ontbreken van gebruikelijke reacties, zoals het reageren op toespreken. De oudste definitie is: iemand is comateus als hij niet meer kan reageren op toespreken, niet “aanspreekbaar ” is.

Aan deze definitie zitten echter wat haken en ogen, want in de praktijk blijkt echter dat wel meer mensen zich in deze situatie kunnen bevinden, denk alleen al maar aan kinderen die doof zijn.

Ook kun je met deze definitie niet duidelijk aangeven “hoe diep” een coma is. Er zijn al heel wat pogingen gedaan om de diepte van een coma in getal uit te drukken, dit is echter nooit gelukt,

Wel kan gezegd worden dat er zenuwcellen in de hersenen beschadigd kunnen zijn, maar dit kunnen ook verbindingen zijn tussen zenuwcellen. Er kunnen plaatselijke beschadigingen zijn, maar er kunnen ook diffuse, wijd verspreide beschadigingen zijn. Zenuwcellen die bij het trauma niet beschadigd zijn, maar die geïsoleerd raken, omdat de cellen waarvan informatie wordt verkregen wel beschadigd zijn, kunnen alsnog afsterven bij het gebrek aan binnenkomende prikkels!

Oorzaken van coma kunnen zijn:

-near-drowning syndroom

-intoxicatie trauma

-meningitis

-encephalitis

-hersenbloeding

Complicaties:

-mogelijk braken  met kans op verslikken

-verstopping van de luchtwegen met slijm met kans op een longontsteking (doordat de
comapatiënt niet zelfstandig kan hoesten of kuchen)

-uitdroging, bij braken en/of koorts

-dwangstand en doorliggen, doordat de comapatiënt niet of onvoldoende beweegt

Ook is er kans op het krijgen van het syndroom van de Peri Articulaire Ossificatie (=overmatige botgroei rond de gewrichten) en het vastgroeien van de gewrichten.

Mondslijmvliesontsteking, doordat de comapatiënt niet zelf eet en drinkt en vaak sondevoeding krijgt en omdat hij vaak met zijn mond open ligt (uitdroging).

-uitdroging van de ogen, doordat er soms niet geknipperd wordt met de ogen

Verpleegkundige aandachtspunten: (richten zich met name op het voorkomen van de complicaties)

– zorg voor de ademhaling

-zijligging, afwisselend van links naar rechts. Dit om aspiratie van eventueel braaksel te voorkomen, de afvloed van slijm uit de bronchi te bevorderen.

-zo nodig uitzuigen

-zo mogelijk mobiliseren in een aangepaste stoel

–   zorg voor de circulatie

Belangrijk hierbij is te letten op een goede doorbloeding van de huid en doorliggen te voorkomen door:

-wisselligging

-voorkomen van huid-huid contact (bijv. kussen tussen de benen)

– aangepast matras/bed

–  zorg voor lichaamstemperatuur

– goed letten op overmatige transpiratie (vaak neurologisch) en goede lichamelijke verzorging en hygiëne in acht nemen

– temperaturen opnemen

– zorg voor vocht, voeding en uitscheiding

– In de acute fase moet de maag worden leeg gehouden met een maagsonde, om braken te voorkomen. Gedurende deze tijd vindt vochttoediening plaats via een infuus of mogelijk voedingsinfuus.

– Meestal kan na een aantal dagen gestart worden met voeding via een sonde. Het inbrengen van een sonde bij een bewusteloos kind moet door een arts gedaan worden of door een verpleegkundige met een bekwaamheidsverklaring speciaal gericht op het bewusteloze kind.

– Een ander belangrijk aandachtspunt is dat de diëtiste wordt ingeschakeld voor het afspreken van soort en hoeveelheid van de sondevoeding. Verder let je goed op hoe de sondevoeding wordt verdragen.

– Als er een optimale slikreflex is mag er gestart worden met hapjes voeding, te beginnen met dik vloeibaar i.v.m. kans op verslikking.

– goede mondverzorging (min. 4 x daags) is heel erg belangrijk! (tanden poetsen in een rechtopzittende houding en bij het gebruik van tandpasta goed naspoelen met de speciale kaakspoelspuit

– goede observatie van het mondslijmvlies en duidelijke rapportage bij afwijkingen!

Wat betreft de uitscheiding is het de eerste tijd belangrijk om een goede vochtbalans bij te houden, mede ook met het oog op uitdroging. Als de algehele situatie stabiel is kan dit gestaakt worden. Soms is de vochtbalans dan nog niet duidelijk op te maken door overmatige transpiratie en snelle ademhaling, waarbij veel vocht verloren gaat en is het gewicht van het kind een betere graadmeter.

Het spontaan op gang komen van de faecatie kan problemen opleveren. Goede observatie en rapportage hiervan is belangrijk en in de praktijk blijkt vaak ondersteuning van laxantia nodig te zijn.

– zorg voor houding, beweging en rust

– voorkomen van contracturen door het geven van wisselligging en het doorbewegen van de ledematen_4-6x_daags.

– stimulatie van het doorbewegen van de ledematen door de verzorging zoveel mogelijk in bad te doen, als de algehele toestand dit toelaat

– fysiotherapie inschakelen; advies voor een goede zitvoorziening, onderhoud van de mobilisatie en stimulatie tot beweging

– soms zijn spalken nodig om bijv. spitsvoeten te voorkomen of verkromde groei van handen

– zo mogelijk opzitten in een aangepaste stoel met schoenen aan!

– duidelijke rapportage van de bevindingen

– tussen verpleegkundige handelingen door zoveel mogelijk rust bieden

– rekening houden dat er mogelijk nog geen waak-slaap ritme is

– zorg voor handhaving sociaal contact en communicatie

– familie en mogelijk andere hulpverleners erop attenderen dat je ervan uit moet gaan dat de comapatiënt alles kan horen en begrijpen wat je zegt, ook al weet je dit niet zeker. Soms is dit ook nodig om tegen ander bezoek op de kamer te zeggen, omdat ze mogelijk over hem heen praten.

– observeren van reacties en duidelijke rapportage van eventuele reacties/vorderingen op formulier van neurologische observaties

– bij alles wat je doet uitleggen waar je mee bezig bent en laten voelen dat je er bent door bijv. de hand van hem vast te houden

– niet met anderen over hem praten, waar hij bij is

– tijdens de verzorging je richten op de comapatiënt en niet over iets heel anders praten met bijv. een andere collega

– bij signalen van verkeerde omgang met de comapatiënt tijdig ingrijpen

– eigen spulletjes laten meenemen, bijv. eigen dekbed

– foto’s laten meenemen van hemzelf en andere familieleden

– lievelingsmuziek laten horen

– start prikkelprogramma i.o.l. pedagogische zorg

– pedagogische zorg inschakelen

– snoezelen i.o.l. met pedagogische zorg

– regelmaat inbouwen d.m.v. een dagprogramma

– i.o.l. logopedie inschakelen

– i.o.l maatschappelijk werk inschakelen

– i.o.l. psycholoog inschakelen (zo nodig)

Belangrijk hierbij is ook de ouderbegeleiding, die in korte tijd heel veel te verwerken krijgen en in een periode van onzekerheid verkeren.Belangrijk is dat zij zoveel mogelijk worden betrokken in de behandeling en zoveel mogelijk informatie krijgen over de diagnose, prognose, behandelmethode en de manier van opvang en verzorging.

Het is dan ook van belang om regelmatig gesprekken te plannen met de arts en te zorgen dat hier altijd een verpleegkundige bij aanwezig is!

Ouders en eventuele andere kinderen in het gezin gelegenheid geven om een aandeel in de zorg op zich te nemen, informatie over onderzoeken geven en de gelegenheid bieden om mee te gaan met de onderzoeken en het belang van vertrouwd bezoek onderstrepen

Dagboekje bijhouden, ook goed voor het verwerkingsproces van directe familie, zo nodig. maatschappelijk werk inschakelen of zo nodig. psycholoog inschakelen

Opmerkingen:

Wat in het belang van het herstel belangrijk is om te onthouden, is dat zenuwcellen die kapot zijn niet meer worden vervangen, maar verbindingsbanen tussen zenuwen kunnen wel worden vervangen en opnieuw aangroeien (mits de zenuwcel zelf niet kapot is). Dit opnieuw aangroeien geldt waarschijnlijk niet voor alle grote banen, maar wel voor netwerksystemen, waar korte verbindingen tussen zenuwcellen bestaan.

Zenuwcellen worden actief als er prikkels binnenkomen. Deze activiteit kan tot een verdere uitgroei van verbindingen leiden.

ls steeds dezelfde prikkels worden aangeboden dooft de hersenactiviteit in dat deel van de hersenen, dat die prikkels verwerkt, uit habituatie/gewenning.

Alleen via de zintuigen kunnen we in de hersenen komen, zonder gebruik te maken van technische hulpmiddelen. Via de zintuigen komen prikkels in het zenuwstelsel terecht en is het mogelijk om het zenuwstelsel te activeren.

Zoals ik al eerder beschreef is het moeilijk om de diepte van een coma in getal uit te drukken. Wel worden er momenteel “checklijsten” bijgehouden van functies, zoals AH, pupilfrequenties, bewegingen, die al of niet gestoord zijn. De meest gangbare checklist is de “Glasgow Coma Scale”, ook wel aangeduid als “EMV-score”. De EMV-score is niet geschikt en ook niet bedoeld om coma te meten, maar is wel geschikt om verandering op ondubbelzinnige wijze in maat en getal uit te drukken. Hiermee kun je tijdig signaleren of hij verbetert of achteruit gaat.

Herstelprocessen vinden vooral plaats in de eerste maanden na het trauma. Dat betekent dat er de meeste kans op herstel is, als er in een zo vroeg mogelijk stadium kan begonnen worden met een stimuleringsprogramma. Om die reden is er in revalidatiecentrum Leijpark bijv. voor gekozen om geen comapatiënten te behandelen, die langer dan 6 maanden in coma liggen. De kans op het bijkomen uit het coma is na die periode zo klein, dat het niet meer reëel is om te “revalideren”. Het gevolg is dat een kind dan niet meer in het revalidatiecentrum kan blijven en overgeplaatst moet worden naar een verpleeghuis of naar huis gaat.

 Aanbevelingen:

– het aanbieden van een prikkelprogramma, zodra de algehele toestand van de comapatiënt stabiel is

– het aanbieden van voeding zodra men zeker weet dat er een optimale slikreflex is, te beoordelen door de logopedist

– een multidisciplinair team, bestaande uit: neuroloog, neurochirurg, verpleegkundige en maatschappelijk werk

Ook een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist en psycholoog kunnen deel uitmaken van het wekelijks overleg.

info over psychoses

Jagen op de volgende psychose. 

Een schizofrene patiënt moet vooral voor terugvallen worden behoed Voortekenen van een psychose worden steeds eerder herkend, waarna begeleiding en medicatie wonderen kunnen doen.

De oorzaken van schizofrenie zijn voorlopig nog niet vast te stellen’, zegt de psychiater dr.D. Linszen. ‘En voor de ziekte bestaat nog geen afdoende behandeling, Het is misschien wel mogelijk de risicogroepen al op jonge leeftijd op te sporen. Maar dan moet je deze mensen ook iets te bieden hebben, In onze kliniek zijn wij daarmee een heel eind op weg.’

Linszen is hoofd van de Adolescenten kliniek van het Academisch Medisch centrum (AMC) in Amsterdam. Schizofrenie noemt hij ‘een raadselachtige ziekte die goed te behandelen is’. Die behandeling is de afgelopen ‘jaren veel effectiever geworden.

Linszen was een van de vele sprekers afgelopen week op het congres van het  European College of  Neuropsychopharmacology. Op het congres stond wetenschappelijk onderzoek naar geneesmiddelen tegen schizofrenie centraal. Werd in de jaren zeventig de ziekte nog vooral behandeld met psychotherapie, omdat de oorzaak in gezin en samenleving zou liggen, nu richt onderzoek zich op het ontwikkelen van medicijnen en beeldvormende technieken als MRI-scans, naast psychosociale hulpverlening. Het zoeken naar een schizo-gen wordt voortgezet. Van de wereldbevolking lijdt 1 procent aan deze hersenziekte. Als een van de ouders aan schizofrenie lijdt, is die kans 10 procent dat een nakomeling het ook krijgt. Het komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes, bij wie het meestal ook minder ernstig verloopt. Drie van de tien patiënten beschadigen zichzelf en een op de tien maakt een einde aan het leven. In Nederland zijn 150 duizend schizofreniepatiënten. De ziekte openbaart zich bij jonge mensen tussen de achttien en dertig jaar, vaak rond het achttiende levensjaar. Waarom dat zo is, is niet bekend. Gedacht wordt aan een verstoring in de rijping van de hersenen in de puberteit, maar ook aan de grote verandering in een periode waarin jongeren voor eerst op eigen benen moeten leren staan.

Schizofrenie is een verstoring van de samenwerking tussen denken en voelen. De patiënt toont geen emotie, hij legt geen contacten met anderen, zwijgt, is en verzorgt zichzelf niet goed. Hij kan zich moeilijk concentreren en is vaak geïsoleerd.

Tijdens een psychotische periode creëert de patiënt zijn eigen werkelijkheid, hij hoort stemmen, heeft wanen en hallucinaties. Hij droomt overdag. Psychoses zijn met medicijnen goed te behandelen. De bijwerkingen van deze antipsychotica zijn echter zo heftig dat patiënten om die reden hun medicijnen soms niet regelmatig innemen.

Bijwerkingen kunnen Parkinson-achtige verschijnselen zijn zoals een star gezicht, een verkrampt lichaam en cognitieve stoornissen. Clozapine, een goed werkend medicijn, veroorzaakt een daling van het aantal witte bloedlichaampjes die in de jaren zeventig soms tot de dood leidde. Een andere dosering en bloedcontrole kunnen die bijwerkingen grotendeels wegnemen. ‘De pil met de goede werking van clozapine zonder de bijwer­kingen komt eraan’, zegt Linszen.

Medicatie kan soms een nieuwe psychose voorkomen. En dat is ontwettend belangrijk, vindt Linszen. ‘Na een psychose kan de patiënt enorm achterop raken, zowel geestelijk als lichamelijk. De kans op blijvende schade is bovendien groot en een relaps (terugval) komt vaak voor. ‘Bij slechts 15 procent van de patiënten blijft het bij een psychose. Maar een patiënt is pas na drie tot vijf jaar enigszins uit de gevarenzone.’

Vast staat dat een kleine meerderheid van de schizofrene patiënten een psycho­se kan voelen aankomen. Linszen. ‘Bij vier van de tien gaat het om een acute situatie, maar bij de anderen zijn er eerst negatieve symptomen of zelfs lichte psychotische verschijnselen. De patiënt hoort stemmen, maar twijfelt nog of die echt zijn. Ze hebben zichzelf nog onder controle.’

Bij deze patiënten kan snel handelen wellicht een psychose voorkomen. Ook jongeren met negatieve symptomen die nog niet psychotisch zijn, zou je een adequate behandeling moeten aanbieden, vindt Linszen. Gedacht wordt aan psychosociale hulp of medicatie.

De afgelopen jaren hebben wij nieuwe behandelmethoden ontwikkeld en die ook wetenschappelijk onderzocht. Door een intensieve begeleiding de eerste vijftien maanden na een eerste of tweede psychose, kan bij 85 procent een nieuwe psychose worden voorkomen. Ouders of naaste familieleden worden als bondgenoten bij de behandeling betrokken. Dat is een groot verschil met de jaren zeventig, toen het gezin mede als oorzaak van schizofrenie werd gezien. De verwanten kunnen zorgen dat medicijnen worden ingenomen en bewerkstelligen dat er een stabiele en rustige leefomgeving is.

Bovendien moet er continuïteit zijn in de zorg. ‘Een schizofreniepatiënt die opgenomen is geweest, moet niet een zoektocht hoeven maken langs allerlei hulpverleners. ‘Helaas bleek een groot deel na die vijftien maanden toch weer psychotisch te worden. Reden waarom in een nieuw onderzoek patiënten nu drie jaar worden begeleid.

De geïntegreerde behandeling van jonge schizofrene patiënten bleek goed aan te sluiten bij een ontwikkeling in Melbourne, Australië. Daar probeerden onderzoekers van het Early Psychosis Prevention and Intervention Centre in Melbourne, onder leiding van Alison Yung, voortekenen van een eerste psychose te vinden om risicogroepen te signaleren.

Er werd een voorlichtingscampagne op middelbare scholen georganiseerd met video en posters, waar informatie werd gegeven over de ziekte. Van de groep jongeren die zich daarin herkende en zich meldde, bleek 20 procent binnen twintig maanden een psychose te ontwikkelen. Dat is veel meer dan de 1 procent van de bevolking die aan die ziekte leidt.

Met een combinatie van testen bleek later zelfs bij de helft van de jongeren die zich hadden gemeld, een psychose te kunnen worden voorspeld.

Risicogroepen zijn jongeren van wie een ouder, broer of zus aan schizofrenie lijdt, bij wie er al sprake is van negatieve symptomen of milde psychotische ver­schijnselen, of die al een kortdurende vorm van hallucinatie of wanen hebben gehad. Scoort iemand op ten minste twee punten en geven een concentratietest en een MRI-scan ook aanwijzingen, dan zijn de voorspellingen nog beter.

Linszen is van mening dat deze Australische ontdekking van enorm belang is. Want als een psychose kan worden voorspeld, dan kan deze zeer ernstige stoornis misschien worden voorkomen, en heel misschien kan dan zelfs iets van een oorzaak worden ontdekt.

Melbourne en Amsterdam zijn daarom een coalitie aangegaan, zegt Linszen. De Australiërs hebben ervaring met vroege opsporing en wij hebben al onderzoek gedaan naar de beste behandelmethode voor jonge schizofrene patiënten. Yung komt eind oktober naar Amsterdam. Het Praeventiefonds heeft drie miljoen gul­den ter beschikking gesteld voor de vroe­ge opsporing en behandeling van jonge schizofrenen.

‘Wij hopen dat het aantal mensen dat opnieuw een terugval krijgt – nu vier van de tien- flink kan worden verminderd. Het nieuwe onderzoek – het VORS-project (Vroegtijdige Onderkenning van Riskante Symptomen) – gaat eind dit jaar van start en richt zich op jongeren tussen de 16 en 26 jaar.’

Maar alle problemen zijn nog niet opgelost. Er zijn nog te veel fout-positieve meldingen van jongeren die niets mankeren. ‘Die jaag je de schrik om het hart. Ze kunnen gaan denken dat ze ook aan schizofrenie lijden. De methode moet dan ook nog verder worden verfijnd.’

Suzanne Baart De Volkskrant

 

 

Andere suggesties…